Het BalansBudget is geen gewone verlofpot en ook geen individueel recht om op ieder gewenst moment minder te werken. De Cao VVT koppelt verlofsparen aan gekozen spaarbronnen, een fiscaal maximum, opname in tijd en een aanvraagprocedure. Werkgever, salarisadministratie en planner moeten daardoor dezelfde regeling uitvoeren zonder sparen en opnemen als één handeling te behandelen.
Een medewerker kan volgens de Cao VVT sparen tot het fiscaal toegestane maximum van 100 keer de arbeidsduur per week. Opname gebeurt in overleg, in beginsel voor minimaal drie keer de wekelijkse arbeidsduur en met een schriftelijke aanvraag ten minste vier maanden vooraf.
Het BalansBudget is verlofsparen met een loopbaandoel
Artikel 6.4 omschrijft het BalansBudget als een regeling waarmee medewerkers tijd kunnen sparen om in verschillende fasen van hun loopbaan tijdelijk minder of niet te werken. Het doel is een betere balans tussen werk en privé. Na opname kan opnieuw worden gespaard zolang het fiscale maximum niet wordt overschreden.
De cao stelt de bovengrens op 100 keer de arbeidsduur per week. Voor een werknemer met 24 contracturen is de cao-grens daardoor 2.400 uur; voor 36 uur 3.600 uur. Dit rekenvoorbeeld maakt de cao-formule zichtbaar, maar HR moet bij uitvoering ook de actuele fiscale voorwaarden en de individuele stand controleren.
De organisatie bepaalt niet eenzijdig welke bronnen beschikbaar zijn
De werkgever bepaalt volgens artikel 6.4.1 in overleg met ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging welke arbeidsvoorwaarden binnen de cao en het meerkeuzesysteem als spaarbron beschikbaar zijn. De werkgever moet het mogelijk maken om in ieder geval delen van de eindejaarsuitkering, extra bovenwettelijke vakantie-uren, salaris en vakantiegeld te gebruiken.
Uren in het BalansBudget verjaren niet en kunnen tijdens het dienstverband alleen in tijd worden opgenomen. De cao noemt bovendien indexatie van het opgebouwde saldo voor een periode van ten minste vijf jaar. Dat vraagt een administratie die bron, omzettingsmoment, aantal uren en toegepaste indexatie kan reconstrueren.
Opnemen kent omvang, termijn en een beoordelingsmaatstaf
Voor opname geldt in beginsel een minimale omvang van drie keer de arbeidsduur per week. Het verlof mag aaneengesloten of over een langere periode worden verspreid. De medewerker vraagt het verlof ten minste vier maanden voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk aan en vermeldt duur en omvang.
De werkgever willigt het verzoek in tenzij een zwaarwegend organisatiebelang dit in redelijkheid niet toelaat. De cao zegt daarbij dat het vervangingsvraagstuk in beginsel geen reden is om te weigeren. Bij bijzondere omstandigheden waardoor omvang of aanvraagtermijn niet haalbaar is, overleggen werkgever en medewerker over maatwerk.
Een gehonoreerde aanvraag moet doorwerken in capaciteit en rooster
Het verlofsaldo is een individueel recht, maar de roosterimpact is teamgebonden. Zodra opname is afgesproken, moeten planner en leidinggevende de afwezigheid als bekende capaciteitsvraag verwerken. Het is niet zorgvuldig om het verlof formeel goed te keuren en de oplossing daarna volledig bij het team of de medewerker neer te leggen.
Kijk vooruit naar concentraties van aanvragen, kritieke deskundigheid en seizoenspatronen. Gebruik die prognose voor opleiding, flexibele capaciteit en taakverdeling. Maak geen informeel quotum dat de cao-beoordeling vervangt; iedere aanvraag vraagt een eigen besluit en motivering.
LandingsBaan en einde dienstverband vragen extra controle
Vanaf 60 jaar kan een medewerker het BalansBudget volgens de LandingsBaan gebruiken om gefaseerd minder te werken, tot 50 procent van de overeengekomen contracturen. De contracturen veranderen door deze verlofopname niet. De aanvraagtermijn is eveneens minimaal vier maanden en de werkgever stemt in tenzij een zwaarwegend organisatiebelang zich daartegen verzet.
Het BalansBudget moet vóór de AOW-gerechtigde leeftijd worden opgenomen. Bij overlijden wordt een eventueel tegoed volgens de cao uitgekeerd naast de overlijdensuitkering. Voor andere vormen van einde dienstverband en fiscale of pensioengevolgen moet HR de toepasselijke regeling en individuele situatie afzonderlijk laten controleren.
Toepassen
Werkgeverscheck
Gebruik deze controlelijst als startpunt. De concrete situatie en actuele primaire bron blijven bepalend.
- Leg met OR of personeelsvertegenwoordiging vast welke spaarbronnen beschikbaar zijn en vanaf wanneer.
- Registreer bron, omzetting naar uren, saldo, indexatie en controle van het fiscale maximum.
- Gebruik een schriftelijk aanvraagproces met gewenste periode, omvang, beslisdatum en motivering.
- Vertaal goedgekeurde opname direct naar de capaciteits- en roosterplanning van het betreffende team.
- Maak aparte controles voor LandingsBaan, wijziging van contracturen, deeltijdpensioen en einde dienstverband.
Waar de grens ligt
Deze publicatie beschrijft de Cao VVT 2025-2026 zoals gecontroleerd op 16 augustus 2026. De site bevat al een afzonderlijke analyse van de overgang naar de nieuwe cao; deze publicatie past uitsluitend de op deze controledatum gepubliceerde regeling toe. Fiscale ruimte, pensioen, individuele arbeidsvoorwaarden en de inmiddels definitief geworden tekst van een opvolgende cao kunnen de uitvoering beïnvloeden. Laat afwijkende situaties gericht beoordelen.
Bronverantwoording
Primaire en sectorale bronnen
Geraadpleegd op 16 augustus 2026. We volgen relevante wijzigingen en actualiseren wanneer de norm, data of bron verandert.
- ActiZ: Cao VVT artikel 6.4 BalansBudgetDoel en hoofdstructuur van de regeling voor verlofsparen.
- ActiZ: Cao VVT artikel 6.4.1 BalansBudget sparenSpaarbronnen, fiscaal maximum, verjaring, opname in tijd en indexatie.
- ActiZ: Cao VVT artikel 6.4.2 BalansBudget opnemenMinimale omvang, aanvraagtermijn, maatwerk en zwaarwegend organisatiebelang.
- ActiZ: Cao VVT artikel 7.3.1 De LandingsBaanInzet van BalansBudget vanaf 60 jaar en de voorwaarden voor afbouw.